Als we ons bezorgd, verbijsterd, nederig, bang of in het nauw gedreven voelen, maken we onbewust de ruimte tussen onze vingers kleiner. In het extreme geval, als we ons erg zorgen maken, krullen we onze vingers op, zodat ze niet uitsteken. Hier zorgt ons limbisch brein ervoor dat onze vingers niet los zitten als er een dreiging is.