Meestal uitgevoerd met de handpalmen naar beneden, valt dit gedrag op omdat het bedoeld is om het hoofd te bedekken en toch zijn de ellebogen meestal naar buiten en wijd. We zien dit wanneer mensen overweldigd zijn, in een impasse zitten of worstelen, wanneer er een calamiteit is geweest (na orkanen of tornado's door degenen die eigendommen zijn kwijtgeraakt), of wanneer de zaken niet gaan zoals ze willen. Let op de positie van de ellebogen: naarmate de situatie erger wordt, hebben ze de neiging om bijna onnatuurlijk dichter bij elkaar te komen voor het gezicht, alsof ze in een bankschroef zitten. Let ook op de druk: hoe slechter de situatie, hoe groter de neerwaartse druk van de handen. Dit gedrag is heel anders dan “hooding” (zie nr. 15), waarbij de handpalmen op de achterkant van het hoofd worden geplaatst en de persoon behoorlijk zelfverzekerd is.