Er is een groot verschil tussen naar iemand staren en naar iemand staren. Staren heeft de neiging onpersoonlijker, afstandelijker of confronterender te zijn, wat aangeeft dat we iemand achterdochtig, alarmerend of vreemd vinden. Aan de andere kant geeft staren aan dat we troost putten uit iemand, een veel uitnodigender gedrag. Als we staren, zijn we alert; als we staren, zijn we geïntrigeerd en zelfs gastvrij. Staren kan tot belediging leiden, vooral als het dichtbij is, zoals in een bus of metro.