Als iemand visueel is ingesteld denkt hij vooral in beelden. Hij ziet als het ware de plaatjes voor zijn geestesoog. Zo iemand praat snel en maakt veel gebruik van armbewegingen en mimiek om iets uit te duiden. Hij drukt zich ook uit in termen waarin het gericht zijn op beelden duidelijk hoorbaar is. Zo zal hij het hebben over: "Ik zie het wel zitten", "Zie je wel in dat...", Zo heb ik het nog niet bekeken" en Kijk, dat zit zo... Voor iemand die visueel is ingesteld is lichaamstaal een belangrijk communicatiemiddel. Bij anderen let hij vooral op de mimiek, houdingen en bewegingen. Als je wilt weten of iemand vooral visueel is ingesteld kun je hem een vraag stellen; bijvoorbeeld: "Hoeveel ramen heb je in je huis?" De visueel ingestelde zal dan nadenkend omhoog kijken. Hij ziet zijn huis voor zich en is in zijn gedachte de ramen aan het tellen.
Voor iemand die auditief is ingesteld is het vooral de toon die de muziek maakt. Hij is gefocust op geluiden en woorden. Hij spreekt langzamer en melodieus en zijn taalgebruik is gevuld met woorden die betrekking hebben op geluid. Zo zal hij zeggen dat het hem "ter ore" kwam en dat hij nog van zich zal "laten horen". Vraag hem wie er vanochtend gebeld heeft. Hij zal dan zijn blik opzij richten. In zijn gedachte hoort hij die persoon weer spreken. De lichaamstaal die hem het eerste opvalt is de intonatie in de stem.
Iemand die kinesthetisch is ingesteld, richt zich op wat hij voelt. Hij is gefocust op wat hem raakt. Als je vraagt hoe hij zijn gesprek ervaren heeft, kijkt hij naar beneden. Hij is deze evaring aan het voelen. Hij spreekt traag en spreekt ook uit zijn gevoel: "Ik heb het gevoel dat....". "Voel je wat ik bedoel?" In de non-verbale communicatie let hij vooral op de afstand die iemand aanneemt en op aanraking.